Koopkracht stijgt minder dan verwacht
De loonstijgingen van 4,2 procent die eerder werden verwacht, lijken lager uit te gaan vallen en op 3,7 procent uit te gaan komen. Daarmee wordt een koopkrachtdaling voorkomen, maar de stijging is mager en externe factoren als een strenge winter en een hoge energierekening kunnen ervoor zorgen dat de koopkracht uiteindelijk nog minder stijgt of zelfs daalt, aldus het Nibud.
Er is één groep in de voorbeeldhuishoudens van Nibud wwaarbij de koopkrachtveranderingen wel positiever zijn ddan eerder voorspeld en dat zijn huishoudens die minder verdienen dan het minimumloon. Voor hen stijgt de koopkracht met gemiddeld 2 procent. Het gaat om mensen die laagbetaald werk doen, vaak in deeltijd en vaak met veel onzekerheid. Voor deze groep is de arbeidskorting extra omhooggegaan, wat zorgt voor meer koopkracht. Voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen die met hun fonds of verzekeraar nog onder het oude pensioenstelsel vallen, stijgt de koopkracht dit jaar met gemiddeld 1,1 procent. Voor AOW’ers met een aanvullend pensioen die sinds 1 januari onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, is de kans groot dat hun koopkrachtstijging hoger is, omdat die pensioenfondsen een deel van hun reserves kunnen uitdelen. Zzp’ers merken opnieuw dat de zelfstandigenaftrek verder omlaag is gegaan. Voor hen blijft er vrijwel geen koopkrachtstijging over. In sommige gevallen daalt hun koopkracht zelfs.
